Alles gaat kapot, wat kan jij doen?

Submitted by hadrian on zo, 08/14/2016 - 21:53

 

Introductie

In Turkije is het schrikbewind van Erdogan inmiddels zo openlijk dat niemand meer kan ontkennen dat we hier met een totalitaire dictatuur te maken hebben. In de Verenigde Staten staat de bevolking voor de keuze tussen een incompetente oorlogszuchtige haatpredikant en een andere incompetente oorlogszuchtige haatpredikant. In Europa komen terroristische aanslagen inmiddels bijna wekelijks voor. Van een samenleving kunnen we duidelijk niet meer spreken of, als we dat nog willen doen, kunnen we denk ik het beste stellen dat de samenleving lijdt aan een kankergezwel dat terminaal lijkt te zijn. Als het niet de wederzijdse haat is die vanuit de gevestigde media en politici opgewakkerd wordt, dan is het wel de doordravende economische depressie en diens desastreuze effecten voor de armen - want het zijn immers nooit de rijken die eens moeten inbinden. Het grote milieuprobleem is inmiddels op de achtergrond geraakt, maar is daarmee niet minder gevaarlijk geworden.

We leven dan ook in een wereld waar de angst als enige emotie overblijft. Solidariteit met elkander is vrijwel verdwenen en de kanker is daar zelfs zo ver doorgedrongen dat sommigen durven te beweren dat solidariteit door de regering kan en moet worden bemiddeld. Niets is minder waar, solidariteit sterft namelijk bij dwang. Solidariteit kan alleen uit onszelf komen. Het is een vorm van verzet tegen economisch en gewapend geweld omdat het zich tegen al het geweld en dwang keert. Het is de vorm van verzet die nu, als meer dan ooit, absolute noodzaak is geworden. De tijd om tegen bezuinigingspolitiek te protesteren is voorbij, de welvaartsstaat en het kapitalisme zijn stervende. We kunnen natuurlijk weg blijven kijken en hopen dat op magische wijze de politici, die al honderden jaren hebben bewezen geen heilstaat te kunnen brengen, alles redden. Dat is een droom die een nachtmerrie teweeg zal brengen. We moeten echter wel de samenleving organiseren, we kunnen immers niet zonder elkander overleven. Het wordt dus tijd om op elkaar te vertrouwen, en dat kan alleen als we eerst op onszelf leren te vertrouwen.

 

Wat Kunnen Wij?

Het belangrijkste kerninzicht wat mensen kunnen krijgen is een inzicht in hun eigen capaciteiten. Vanaf jonge leeftijd wordt ons aangeleerd dat hiërarchie normaal en natuurlijk is en veel van ons zijn dat gaan geloven. Dat is natuurlijk nuttig voor degenen die aan de top van de hiërarchie staan - en laten dat nu net de mensen zijn die bepalen wat we aangeleerd worden. Voor ons is het echter desastreus. Juist als kinderen kunnen we immers nog goed leren hoe we op een horizontale en niet-hiërarchische manier met elkaar om kunnen gaan. Zo beschrijven Fremeaux en Jordan, in hun essay over Paideia (Engelstalige link, pp. 107-123), hoe kinderen op die school zonder tussenkomst van volwassenen zelf conflicten oplossen. Dit doen ze ook niet op de totalitaire manier die we gewend zijn van docenten ("nakomen, strafwerk") waarbij de orde zo snel mogelijk hersteld dient te worden. In plaats daarvan beleggen de leerlingen een vergadering, proberen ze het voorval zo goed mogelijk te reconstrueren, en bespreken ze de beste manier om het conflict op te lossen. In plaats van te vertrouwen op een autoriteitsfiguur die beslissingen mag maken zonder dat de kinderen daar enige controle over hebben, zijn het de kinderen zelf die procesmatig de beslissingen maken. Paideia zelf is ongetwijfeld niet perfect, maar het geeft waardevolle inzichten in de capaciteiten van kinderen om op een meer harmonieuze manier met elkaar om te gaan. Als kinderen dat kunnen, dan moeten volwassen dat ook kunnen.

Toch hebben volwassenen de grootste moeite met harmonieus samenleven en het begin hiervan zien we al bij kinderen. Veel van ons zijn ooit wel gepest en waar mensen het nog wel eens willen afwimpelen door te stellen dat je lichamelijk niet gewond raakt, zorgt het voor blijvende emotionele schade. Wanneer ik echter terugdenk aan de manier waarop ik pesten ervaren heb valt mij het meeste op hoe de machtsstructuren van het pesten een weerspiegeling waren van de machtsrelaties in de maatschappij zelf. Kinderen groeien op in deze op macht gebaseerde maatschappij en nemen het trucje over. Gedurende de ontwikkeling van kinderen worden zo ook de banden van solidariteit tussen elkaar steeds verder onmogelijk gemaakt. We kijken de macht af, en leren onszelf een oorlog van allen tegen allen aan. Voor de machthebbers is dit zeer nuttig, aangezien een bevolking die elkander op basis van solidariteit benaderd - en dus ook elkaar zal verdedigen waar nodig - hun machtspositie in gevaar brengt. Stel je maar eens voor dat duizenden mensen gaan staken wanneer jij ontslagen wordt, dan zal je baas wel twee keer nadenken. In de geschiedenis van de Spaanse Anarchistische beweging was het zelfs normaal om gigantische stakingsgolven te houden om de regering te dwingen kameraden uit de gevangenis vrij te laten (Murray Bookchin, The Spanish Anarchists: The Heroic Years (Engelstalige link)).

Het is dan ook niet gek dat solidariteit zulks een belangrijk begrip is. Wanneer anarchisten het hebben over hun gewenste maatschappij staat solidariteit dan ook hoog in het vaandel en het is goed te beargumenteren dat wederkerig hulpbetoon een vorm van solidariteit is. Het idee van wederkerig hulpbetoon is immers niet dat we moeizaam bij gaan houden wie welke hoeveelheid moeite voor anderen heeft gegeven maar dat je, uit eigen initiatief, anderen helpt omdat je ook zelf geholpen zou willen worden waar nodig. Zo zien we in Mexico dan ook dat de Zapatista-beweging in een tijd van nood drie ton voedsel heeft gedoneerd aan de stakende docenten in Oaxaca (Engelstalige link). Dit soort hulp doen de Zapatistas omdat zij in de strijd van de Oaxaca docenten een reflectie van hun eigen strijd en wensen zien (Engelstalige link).

Solidariteit is dan ook een perfect voorbeeld van de eenheid van egoisme en altruisme. Er wordt te vaak beargumenteerd dat deze twee elkaars tegenpolen zijn terwijl ze met elkaar bestaan en elkaar dienen te voeden. Max Stirner beargumenteerde al dat er niets mis is met egoisme, als je maar bewust bent van je egoisme en de ander ook respecteert in hir egoisme. Een zelf-bewust individu is hirzelf immers compleet bewust van het nut van collectieve samenwerking. Zo heeft Gaston Leval, ten tijde van de Spaanse Revolutie, veel collectieven bezocht en opgemerkt dat de collectieve samenwerking juist een grotere efficiëntie van productie en een beter gebruik van grondstoffen met zich mee bracht (Gaston Leval, Collectives in the Spanish Revolution (Engelstalige link)). Het blijkt, uit puur egoistische redenen, een zeer slecht idee te zijn om concurrentie als lijdraad van de samenleving te nemen. Wanneer we om ons heen kijken zien we de effecten maar al te duidelijk: armoede en oorlog. Er is een minieme groep die denkt hier de voordelen van mee te krijgen maar ook zij zullen ooit ontdekken dat, zoals een bekend citaat het heeft (Engelstalige link), hun geld niet te eten is. Het meeste van dat geld is tegenwoordig zelfs compleet virtueel.

 

Conclusie

Het wordt dus tijd dat we inzien dat concurrentie niet werkt. Dat betekent dat het kapitalisme, gebouwd op concurrentie, ook niet werkt. Dit zou, met de vele huidige crisissen waar het kapitalisme alsmaar geen antwoord op kan vinden, buiten kijf moeten staan. Het kapitalisme bestaat echter nog steeds en blijft ons schade berokkenen. Juist in deze schade zit echter de mogelijkheid om te werken naar een samenleving gebouwd op solidariteit. Het wordt hoog tijd dat we bij elkaar komen en zelf zoveel mogelijk gaan organiseren, zelfs dingen die we nu nog door de staat laten organiseren. Dit is niet alleen noodzakelijk om te zorgen dat we de problemen waar we mee te maken hebben nu al kunnen oplossen maar ook om de solidariteit weer te leren. Waar we deze solidariteit in onze jeugd al hadden moeten leren, zoals ze op Paideia proberen, is het nu dus noodzakelijk om dit als volwassenen pas te leren.

Het gekke is dat we nu al veel klagen over de problemen die we hebben maar dat klagen komt vaak niet verder dan even stoom afblazen. Een oplossing wordt zelden gezocht, terwijl dat uiteindelijk voor ons allemaal noodzakelijk is. Niet veel mensen ontkennen dat een wereld zonder geld beter zou zijn, maar ook niet veel mensen werken hieraan. De hoop is grotendeels verdwenen en degenen met hoop worden door de inactiviteit van anderen steeds meer in de wanhoop gedreven. We staan voor de meest belangrijke keuze in onze geschiedenis waar we kunnen kiezen om onszelf over te geven aan hernieuwde tiranniën en het dan onvermijdelijke uiteindelijke uitsterven van de mensheid, of het bouwen van een wereld gebouwd op vrijwillige samenwerking. Mij lijkt me dat een zeer gemakkelijke keuze. Wanneer je dus weer een klaagzang slaakt of hoort, denk dan eens terug aan deze tekst en ga bedenken hoe je tezamen op een solidaire manier een oplossing kan bereiken. We kunnen niet wachten tot de staat of een kapitalist het voor ons oplost. Niet alleen omdat we dan geen enkele controle hebben over de uiteindelijke oplossing, maar ook omdat zij ons altijd als concurrenten zullen behandelen. Het is immers de staatsideologie - het kapitalisme hoort daar bij - dat we in oorlog met allen tegen allen zijn. We kunnen echter de keuze maken om beter te zijn dan dat.

Labels