Leven als een Vakkenvullende Loonslaaf: Slot van Mijn Ervaringen

Ingediend door hadrian op za, 10/31/2015 - 21:23

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Introductie

 

"Dus het blijkt dat je, tenzij je een jong kind of een gevangene bent, helemaal geen toezicht nodig hebt. Mensen komen gewoon naar hun werk en doen dat werk op hun eigen tempo. Stel je dat eens voor ..." -- Jim Halpert in The Office.

 

 

Over de toezicht op gevangenen en kinderen kom ik vast nog wel een keer terug. Zeker op het punt 'gevangenen' is er genoeg wat problematisch is. Dat is echter niet de kern van wat Jim hier uitdraagt. Wat hij zegt is dan ook simpel, mensen kunnen zonder de baas. Dat geld voor papierverkopers; dat geld voor schoonmakers; dat geld voor vakkenvullers. In het eerste artikel in deze serie heb ik duidelijk proberen aan te geven hoe de supermarkt waar ik, twee weken lang, heb gewerkt de werknemers controleert. Vakkenvullers zijn perfect in staat om het magazijn in te lopen en een rolcontainer te pakken zonder dat de baas hier iets over hoeft te zeggen. Toch worden we verplicht om, als het ware, toestemming te vragen om ons werk te doen. Dit is niet zonder rede. Aan de ene kant zijn we allemaal opgegroeid in een samenleving gebouwd op macht. We zijn vanaf de basisschool aangeleerd dat er altijd iemand moet zijn die andere mensen controleert. Rare ideeen als de "oorlog van ieder tegen ieder" worden nog steeds rondgebazuind maar wanneer we deze ideeen even kritisch gaan bekijken dan komen we er snel achter dat hier niet veel van klopt. Toch geloven velen van ons nog steeds dat we elkaars vijanden zijn. Competitie wordt tot het hoofddoel van de menselijke geest gemaakt en de supermarkt doet hier aan mee. Door die macht in stand te houden en strenge straffen vast te koppelen aan eigen initiatief en solidair gedrag op de werkvloer ontdekken wij onze eigen capaciteiten niet. Dit geld niet alleen in de supermarkt maar door de gehele maatschappij.

 

 

Ziek op de Werkvloer

We denken soms dat de tijd waar we moeten werken tot we neervallen al lang vervlogen is. Die strijd dachten we te hebben gewonnen na een eeuw lang arbeidersstrijd in de negentiende en vroege twintigste eeuw. Toch vind ik dan op het werk een collega, Mark, die duidelijk ziek is terwijl hij zich aan het uitsloven is. Het team wat bezig is met vullen is groot genoeg om het werk te kunnen doen met een collega minder. De vulshift zal misschien een half uurtje langer duren voor de rest maar het belangrijkste is dat mensen die ziek zijn de tijd kunnen nemen om beter te worden. Ik vind het dan ook niet erg dat extra half uurtje in te zetten zodat een collega naar bed kan en uit kan rusten. Dat is de kern van solidariteit: voor elkaar zorgen. De bazen en politici doet dat immers niet en zelfs als ze dat wel zouden doen is dat alleen maar om de werkende klasse aan het werk te houden om hun winst te maken. Dat was dan ook overduidelijk aan de manier dat deze collega behandeld werd door de manager.

 

 

Mark had rond tien uur al aangegeven dat hij zich niet goed genoeg voelde om het werk voort te zetten. Hij was inderdaad duidelijk grieperig en had rust nodig. Hij werd verplicht om tot een uur door te blijven werken, slechts een uur voor het einde van de ingeplande vulshift, tenzij er vervanging was. Natuurlijk was het niet zo dat een van de managers, uit de goedheid van hun harten, direct naar hun kantoor snelde en de telefoonlijst erbij pakte. Natuurlijk was het niet zo dat door het harde werk van de managers Mark binnen een half uur afgelost kon worden door een andere collega. Nee! Hij werd verteld dat hij zelf vervanging moest zoeken. En dat dan wel tijdens werktijd. Dan is dit ook het moment om te melden dat het gebruik van een mobiele telefoon, zelfs al is het maar om te kijken hoe laat het is, ten strikste verboden is. Hoewel dus de optie werd aangeboden dat hij vervangen kon worden als die vervanging gevonden kon worden was er niemand die daadwerkelijk die vervanging probeerde te regelen. Hij is uiteindelijk rond een uur pas naar huis gegaan.

Dit is een manier van werken die ik vaker heb gezien in supermarkten. Het wordt door managers als dramatisch gezien dat een vakkenvuller het recht neemt om zich slecht te voelen. Waarom ze op deze manier handelen leggen ze eigenlijk nooit goed uit. De argumenten dat de vulshift langer duurt of dat er daardoor te laat begonnen wordt aan bepaalde onderdelen van de vulshift, zoals de zuivel, heb ik al eerder ontkracht. Een ding moge duidelijk zijn, deze supermarktmanager geeft niets om zijn werknemers. Hij is niet de eerste supermarktmanager waaronder ik heb gewerkt waar dit het geval was.

 

Eerdere Ervaningen

De supermarkt die ik tot nog toe heb besproken is niet de eerste supermarkt waar ik heb gewerkt, hopelijk wel de laatste. In het dorp waar ik ben opgegroeid heb ik bij twee verschillende supermarkten gewerkt. De eerste hiervan was een rommeltje op vele gebieden. Erop terug kijkend vind ik het ook totaal niet verbazend dat deze supermarkt niet langer bestaat. Er werd nog inefficienter gewerkt dan in de andere twee supermarkten waar ik heb gewerkt. Hier heb ik echter weinig op te bekritiseren omdat ik nog niet goed genoeg rond wist te kijken naar de problematiek. Ik was erg jong (15-17) en liet mezelf te veel ondergedompeld raken in het werken. Dit is iets wat ook te weeg wordt gebracht op de bedrijfsvloer: atomizatie. Met atomizatie bedoel ik dat mensen zoveel mogelijk losstaande individuen worden gemaakt. Elk probleem wat we hebben wordt tot een probleem gemaakt wat uniek is aan onszelf. Hier zit wel een kern van waarheid in, elke persoon is uniek en onze problemen zijn daardoor iedere keer net iets anders, maar het ontkent ook dat problemen gedeeld kunnen worden. Iedereen is wel eens ziek en wil liever naar huis om te rusten. Iedereen heeft wel eens een familielid of kameraad die problemen heeft waardoor we niet met ons hoofd bij het werk zijn. Iedereen heeft eigenlijk wel eens een slechte dag of zelfs periode. Dat is niet onze schuld en het is niet een probleem. Het zijn de bazen die het onze schuld en probleem maken. Wij zijn namelijk niets meer dan producenten voor de bazen. Elke minuut die wij meer aan ons moeten betalen omdat we minder snel werken dan dat zij willen verlaagt hun winst. Die winst is vele malen belangrijker dan ons welzijn. Als bazen en politici wel iets om ons welzijn lijken te geven is dit alleen maar om ervoor te zorgen dat we, aan het eind van de rit, meer hebben geproduceerd dan als ze die zorg niet hadden verleend.

 

 

Die atomizatie heeft dan ook het effect dat we teveel bezig zijn met onze eigen positie en problemen. We worden aangeleerd dat we ons niet moeten bekommeren om die van anderen. Dat is nuttig voor de bazen want dat zou ons in laten zien dat we problemen delen ... en samen kunnen oplossen! Er is niets waar de bazen banger voor zijn dan werknemers die zich bewust worden van hun eigen macht. Die macht zit zich dan ook in de solidariteit, de wederzijdse hulp, en de collectieve actie. Dan hebben we het niet alleen over een staking, hoe nuttig die ook kunnen zijn, maar duizenden andere mogelijkheden. Het einddoel zou, immers, niet betere arbeidsvoorwaarden moeten zijn maar het vernietigen van een maatschappij die in klassen is verdeeld. Als dat is gebeurt dan moeten bazen en politici plots echt werk gaan verrichten in plaats van geld rondschuiven, anderen bevelen geven en het leven zuur maken, en elkaar uit de brand helpen wanneer dat nodig is. Bazen en politici willen net zo min vakkenvullen als wij; het enige verschil is dat zij dat ook niet hoeven te doen. Zij hebben het geld en de netwerken om zich te ontdoen van arbeid. Het mooie is, natuurlijk, dat het vernietigen van de klasse-maatschappij tezamen gaat met het vernietigen van vele vormen van werk. Wanneer we niet meer verplicht zijn om voedsel, en andere producten, te moeten kopen en verkopen maar de benodigdheden om te leven vrij toegankelijk zijn hebben we vakkenvullers, adverteerders, kassières, en zo veel andere banen niet meer nodig. Stel je dat eens voor, misschien is dan nog maar twee uur werk per dag per persoon nodig.

 

Enfin, door die atomizatie was ik bij de eerste supermarkt helemaal opgezogen. Bij mijn tweede supermarktbaan was ik mijzelf al veel meer bewust van mijn positie in de supermarkt. Het is pas nu, jaren later, dat bepaalde onderdelen van de manier dat die oligarchische baas, met zijn familie, zijn supermarkt draaide mij geheel duidelijk zijn. Op basis van die eerdere ervaring, ook al heb ik daar nooit de positie van vakkenvuller gehad, is het mij duidelijk geworden dat onderdrukkende besturen van mensen niet onderdeel is van alleen mijn laatste supermarktervaring. De details zijn echter, hier en daar, wel anders.

 

De Voedselrot

Het is natuurlijk, zoals we allemaal wel weten, niet alleen het personeel wat last heeft van bazen en managers. We weten allemaal dat de klimaatverandering op gang is gebracht door de onverantwoordelijkheid van grote bedrijven en de kapitalisten die hierin geinvesteerd hebben. Ook op klein niveau komt het vaak voor dat winst wordt geëxternaliseerd door onverantwoord om te gaan met onze omgeving en de producten. Zolang een baas weg denkt te komen met iets dergelijks zal die baas dit ook zeker proberen. Wanneer een organisatie zegt "verantwoord" om te gaan met het milieu is dit normaliter ook alleen maar een marketingsstrategie. Dat verantwoordelijkheid geen tweede natuur is voor de bazen is maar al te duidelijk in de tweede supermarkt waar ik werkte. Dit was een supermarkt met een soort slagers-, brood-, en kaasafdeling. Bij de slagerij werd bijvoorbeeld het vlees nog, half voor ogen van de klant, voorbereid. Natuurlijk was het daadwerkelijke werk niet zichtbaar omdat de werkoppervlakken kunstig buiten zicht waren geplaatst. De bazen en managers hebben liever geen pottekijkers in het geval dat er iets verkeerd wordt gedaan maar willen wel graag vertrouwen geven aan de klanten door het idee van openheid te geven.

 

 

De veiligheid van het voedsel in die winkel is dan ook niet te garanderen. Nominaal worden er veiligheidsregels toegepast maar in de werkelijkheid kwam hier niet altijd iets van terecht. Zo werd het vlees wat al een week in de schappen lag gerust hergebruikt om gehakt van te maken. Hoewel veel producten waarvan de, op de verpakking aangegeven, uiterste houdbaarheidsdatum al is verstreken nog zeker een aantal dagen gebruikt kunnen worden is het probleem hier dat de mensen die het gehakt kopen niet meer weten hoe lang het vlees al in de schappen ligt. De mogelijkheid om zelf een geinformeerde keuze te maken over de veiligheid van het voedsel wat er in huis wordt gehaald wordt daarmee dan ook afgenomen. Om dit probleem nog erger te maken werd soms oud gehakt ook meegedraaid met nieuw gehakt zodat dit vlees niet weggegooid hoefde te worden. Het was dan ook niet verbazend dat klanten soms na slechts een dag terug kwamen met een groen pak gehakt. Ook het herpakken van voedsel met een etiket waarop een nieuwere datum stond was niet uit den boze.

 

De Snobbistische Rot

Ik heb snobbisme op de werkvloer van deze supermarkt al wel eens aangegeven. De vakkenvullers waren op de laagste rang, gevolgd door de mensen op de vlees- en kaasafdeling. De broodafdeling vondt zichzelf hier weer net iets boven zitten. Het hoogste wat je kon zijn op de werkvloer, aldus de arbeiders zelf, was de kassière. Dit was veroorzaakt door de baas zelf die op deze manier de promotieladder en management-structuur had opgezet. Dat betekende ook dat de kassa-manager alle andere managers bevelen kon geven met uitzondering van de supermarktmanager. Ook de arbeiders zelf reproduceerde deze dit snobbisme in hun gedrag ten opzichte van elkaar. Kassières behandelden vakkenvullers bijvoorbeeld ook alsof ze inferieur aan hunzelf waren.

 

 

 

De Actie

Het is duidelijk dat supermarkten hun werknemers zo veel mogelijk proberen uit te buiten. Dit is natuurlijk wat we altijd zien in het kapitalisme, dat is hoe het werkt. Bazen proberen hun winst zo hoog mogelijk te houden en daarvoor proberen ze altijd de lonen zo ver mogelijk te drukken en ons arbeiders zo hard mogelijk te laten werken. Niets nieuws onder de horizon. De scherpe randjes zijn er, met dank aan eeuwenlange arbeidersstrijd, hier en daar wel een beetje afgeschaafd. De kern van het probleem is echter niet verdwenen. Het kapitalisme bestaat nog steeds. Het kapitalisme maakt dat mensen moeten werken voor iemand anders. Het kapitalisme zorgt dat vele vormen van werk bestaan alleen maar omdat het kapitalisme ze nodig heeft. Werk waar we dus, zonder kapitalisme, zonder kunnen. De supermarkt is gevuld met dat soort banen. Dat maakt de anti-kapitalistische strijd binnen de supermarkt automatisch een strijd voor de afschaffing van die maatschappelijke positie bij naam van baan. Hoe deze strijd vormgegeven moet worden is natuurlijk te bepalen door de mensen die die strijd voeren. De noodzakelijkheden zijn overal anders. De kern van succesvolle strijd is dat wij elkaar daarin steunen en laten inspireren. Wij kunnen ons die strijd eigen maken in elke manier hoe wij het werk verrichten. Langzamer werken, de werkzaamheden onder elkaar bespreken, en de werkzaamheden organiseren en de baas te negeren zijn allemaal nuttig. Ze zorgen er voor dat de baas minder winst maakt, wij onszelf niet kapot laten werken, en we leren hoe we met elkaar kunnen organiseren. Die kennis kunnen we meenemen naar de bredere strijd.

 

 

De baas zal je op elk punt dwarszitten. De cameras in de kantine worden nu misschien niet in de gaten gehouden maar zodra de baas door krijgt dat er wat gaande is gaat hij als een havik achter je aan. Dit zeg ik niet om je bang te maken. We staan allemaal in dezelfde strijd en die moet gevoerd worden. Niemand vindt het leuk om in de supermarkt te werken en niemand vindt het leuk om rondbevolen te worden. We schikken ons omdat we anders niet overleven in deze wereld. Maar we hebben liever de vrijheid om het werk te doen wat wij nuttig vinden en dat op de manier dat wij willen. De meesten van ons willen weten dat het werk wat wij doen nuttig is, we willen gewaardeerd worden. Het kapitalisme drukt ons in banen waar we nutteloos en saai werk doen. De kapitalisten en politici zullen ons tegen werken maar als wij dat toe laten dan verdoemen wij onszelf, en mensen om ons heen, tot levens waar we alleen nutteloos en saai werk kunnen doen. En dit ook nog eens voor een schamel loontje, rondbevolen, en met een stel kapitalisten die er met de winst vandoor gaan. De strijd is nuttig omdat wij ons daarmee uit die sleur kunnen trekken.

Solidariteit is de kern van onze winst. Als wij samen staan om het einddoel, het afschaffen van het kapitalisme en alles wat ons onderdrukt, te bereiken kunnen we die ook bereiken. Dat komt dan ook overduidelijk terug in de supermarkt. De banen in de supermarkt zijn betrekkelijk makkelijk door te geven aan nieuwe werknemers. Vrijwel iedereen kan vakkenvullen en het enige wat de baas verliest bij een nieuwe werknemer is, tijdelijk, wat snelheid. Als wij actie verrichten zetten wij onze banen direct op het spel. De baas levert liever tijdelijk wat winst in wanneer hij daar een passieve werknemer voor terug krijgt dan dat hij met moeilijke werknemers zit. We moeten daarom ook samen sterk staan, hoe meer werknemers tezamen in de strijd staan hoe sterker we zijn. Niet alleen dat, net als bij elke arbeidersstrijd is het beter wanneer mensen die in andere sectoren werken solidair acties doen met supermarktmedewerkers en andersom. Dat is echter niet te bereiken met de normale vakbond. Deze hebben louter en alleen lidmaatsschapsgelden voor ogen en zijn voornamelijk bezig met CAOs en rechtshulp. We moeten ons als de arbeidersklasse organiseren met duidelijk anti-kapitalistische doelstellingen. Daar mogen we ook werklozen, daklozen, en vluchtelingen niet bij vergeten. Wanneer supermarktmedewerkers actie voeren waarbij ze eisen stellen aan de baas dan is de meest solidaire eis dat, waar supermarkten dit nog niet doen, het verplicht afstaan van producten welke over datum zijn aan hen die dat nodig hebben in plaats van de prullenbak.

Met sterke solidariteit kunnen we ook de werkwijze in de supermarkten gaan veranderen. De vakkenvullers, al dan niet samen met hun directe teamleiders, zouden de vultaak zelf kunnen gaan organiseren en zo de baas negeren. Alle werknemers kunnen besluiten om langzamer te werken. Gezamenlijk de dag voor, bijvoorbeeld, kerstmis een sit-down staking doen zou de baas nog best wel eens tot het breekpunt kunnen brengen. En als dat niet zo is en hij het het volgend jaar met een nieuw team gaat werken; zorg dan dat dat team deze tekst ook ziet en weer een sit-down staking op zo'n moment organiseren. Als deze stakingen, op kritieke momenten, blijven gebeuren komt hij wel tot een breekpunt. Laten we ook niet vergeten dat, zonder de winkels, het kapitalisme niet kan werken. De producten moeten verkocht worden en als dat niet gebeurt dan houdt het de hele stroom van gelden tegen. Tegelijkertijd geeft het zelf organiseren ons de mogelijkheid om onze eigen kracht in te zien, kracht die ons laat zien dat we de bazen helemaal niet nodig hebben.

Wij, net als alle andere arbeiders, behoeven geen bazen en politici; maar zelf bestuur en anarchie.

Als jij ervaringen over werk in de supermarkt wil delen, dan kun je mij een e-mail sturen: h...@hadrianf.eu

 

 

 

Flattr this