Leven als een Vakkenvullende Loonslaaf: Week 1

Ingediend door hadrian op zo, 10/18/2015 - 17:10

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Weinigen ontkomen er aan, de loonslavernij. Hoewel ik nog aanspraak maak op de studielening begint de tijd te komen om de overstap te maken naar het arbeidersleven en een studie in de geesteswetenschappen levert niet vaak banen op binnen die enige relatie hebben met de studie. Daarbij wordt ons bij de banen die wel vaak open liggen niet meer dan een fooi betaald. Desalniettemin is er ook de huur, het eten, de verzekeringen, en met geluk nog wat meer om te betalen. Met als doel om de overstap te maken heb ik, met enige angst, tijdelijk een baan genomen bij een supermarkt. Na een week zie ik een noodzaak om te schrijven over mijn ervaringen daar. Ik ben niet de enige vakkenvuller in de wereld, sterker nog, het zijn er enorm veel maar er wordt weinig geschreven over die ervaring. Het zijn vaak banen die worden gedaan door scholieren voor wie het geen primaire bron van inkomsten is. Wanneer ze het niet meer aan kunnen kappen ze gewoon met de baan en gaan ze door naar een volgende. Er zijn, echter, ook genoeg vakkenvullers voor wie dit niet zo is. Mensen die vanwege verschillende redenen, zoals een slechte arbeidsmarkt, bij een supermarkt belanden omdat die eerder benoemde rekeningen toch echt betaald moeten worden.

Voordat ik begon met het vakkenvullen was ik me al bewust van de nutteloosheid van deze baan. Ik heb al eerder gepraat over nutteloze banen in mijn essay 'The End of Employment' (engelstalig). De vakkenvuller is namelijk slechts de persoon die producten van een rolcontainer haalt en in een vak zet zodat de klant hier gemakkelijk bij kan. In een anarchistische communistische samenleving zou ik indenken dat er op veel plekken een soort centraal warenhuis staat aangesloten op een klein spoornetwerk waar de dozen met benodigdheden staan. Wij kunnen vrijwel allemaal producten ook zelf uit de doos halen en de enige rede dat het in een vak wordt gezet is een soort luxe-gevoel. De supermarkten waar producten in vakken worden gezet worden een hogere status gegeven dan supermarkten waar de dozen met de producten in de vakken worden gezet. Het kassawezen zou in een anarchistische communistische samenleving niet nodig zijn; producten zijn immers van iedereen en we kunnen pakken wat we nodig hebben zonder te hoeven betalen. Het moeten betalen voor ons voedsel is natuurlijk ook meteen onderdeel van het systeem dat deze mensonterende banen in stand houdt.

Enfin, het vakkenvullen is dus onnodig. Ik heb het al mensonterend genoemd en dit wordt des te meer duidelijk wanneer gekeken wordt hoe de macht verdeeld is in de supermarkt waar ik werk. Er zijn twee hoofdmanagers, natuurlijk alletwee witte cis-mannen. Deze zie ik zelden echt werk verrichten. Het inkoopsysteem is grotendeels geautomatiseerd en wat er over blijft is een beslissing maken als iemand heeft gestolen, een beetje naar de beveiligingscameras loeren, vrouwelijke collegas zich ongemakkelijk laten voelen door ze seksistisch te benaderen, mensen aannemen en ontslaan, en de niet-Nederlandse collegas zich ongemakkelijk laten voelen door ze racistisch te benaderen. Er is nog een andere taak waar ik dadelijk op terug komt maar het moge al duidelijk zijn dat dit takenpakket niet erg veel echte arbeid bevat. Ze kunnen, natuurlijk, hun dag kunnen ze zo veel of weinig vullen als ze willen met deze luie taken.

Onder de hoofdmanagers zit een soort sub-manager. Zijn takenpakket is niet veel breder maar het is, tot nog toe, de enige manager die ik heb gezien die niet van Nederlandse afkomst is. Ben niet bang, het is nog steeds een cis-man. Zijn taken komen neer op het overnemen van de taken van de hoofdmanagers wanneer deze niet aanwezig zijn en het maken van de roosters. Mijn ervaring met deze man is nog niet breed maar ik heb een erg ongemakkelijk gevoel bij hem. Misschien is dit omdat hij, als manager, veel meer op de werkvloer zelf aanwezig is en, daarmee, al echt als een front-man functioneert terwijl de hoofdmanagers veel minder zichtbaar zijn. Misschien is het omdat ik al een stukje gesprek heb gehoord waarbij collegas aan het waren discussiëren over hoe ze deze man konden verwijderen van hun Facebook vriendenlijst zonder dat hij dit duidelijk zou merken. Ik weet niet wat de aanleiding hiervoor was, dat deel van het gesprek heb ik niet kunnen horen, maar het is toch een toonbeeld van een soort angst voor deze man.

Dan komen we aan op de laag direct boven de vakkenvullers en andere medewerkers: de teamleiders. Teamleiders zijn, als het ware, mensen die hetzelfde werk verrichten als de overige arbeiders maar hier een zekere verantwoordelijkheid voor dragen. Ik heb inmiddels te maken gehad met twee teamleiders, Roland en Mohammed. Roland kwam over op het type teamleider die zichzelf, vanwege zijn functie, veel beter voelt dan zijn collegas. Mohammed, aan de andere kant, komt zeer onzeker over. Ik ben er nog niet achter of hij het werk nog niet zo lang doet, hij zich wat minder comfortabel voelt vanwege zijn achtergrond, hij gewoon wat meer verlegen is, of een combinatie van deze en mogelijk andere factoren. Hoe goed de teamleiders zich voelen over hun positie maakt het niet dat ze niet alsnog als oud vuil worden behandeld. Ik heb al een keer een van de hoofdmanagers een teamleider horen uitkafferen.

Dan komen we eindelijk aan op de vakkenvullers, kassieres, en mensen met andere taken. Er is een speciale schoonmaker, om hem wat breder inzetbaar te maken heeft hij de titel van kwaliteitsmedewerker gekregen. Daarnaast werken er nog een paar mensen op de broodafdeling. De verhouding tussen deze taken is mij nog niet duidelijk geworden. De ervaring die ik bij een andere supermarkt bij een andere keten heb gehad is een zeker snobbisme tussen deze groepen. Die specifieke supermarkt had een speciale vlees-, brood-, en kaasafdeling. De mensen die hier werkten voelden zich vaak toch beter dan de vakkenvullers maar stonden weer onder de kassieres in de hiërarchie. Misschien kom ik op de machtsverhouding in die supermarkt, en andere problemen te doen met voedselveiligheid daar, in een ander artikel nog eens terug.

Dit is, in vogelvlucht, de posities die bestaan in deze supermarkt. Die posities bestaan er natuurlijk ook om een zekere bedrijfsorde in stand te houden, dat is de belangrijkste taak van de managers. Vakkenvullers zijn capabel om het vakkenvullen geheel zelf te organiseren maar toch zijn er teamleiders. Deze teamleiders hebben, tot nu toe, de vulroosters doorgegeven elke ochtend. Deze vulroosters zijn draconische controlemiddelen waarbij de vultaak strakke deadlines hebben. Deze deadlines dienen gehaald te worden en zelfs als hier niets over gezegd wordt is er een zekere angst voor het niet halen. Dat zit zich ook in het probleem dat de eindtijd van het vullen niet van te voren is bepaald maar wordt bepaald door wanneer de vultaak voor die dag voorbij is. De roosters zeggen normaliter dat we om 2 uur klaar moeten zijn maar dit loopt altijd minstens een uur uit. Gezien het feit dat het vervelend werk is dat we niet graag doen proberen we, natuurlijk, zo snel mogelijk alles af te maken. De combinatie van geen vaste eindtijden en deadlines maakt het werk dus zwaar. Desalniettemin worden overuren wel uitbetaald en zou het dus, voor ons welzijn, beter zijn om collectief te besluiten langzamer te werken. Dat maakt het werk minder zwaar en zorgt er voor dat we meer betaald worden. Het zou, misschien, ook mogelijk zijn om op de gestelde tijd collectief te vertrekken maar dit is mogelijk riskanter voor degenen die afhankelijk zijn van het inkomen.

De continue aanwezigheid van de teamleiders zorgt ook voor een zekere druk. Vanwege hun positie hebben ze net iets meer autoriteit en, hoewel die waarschijnlijk voor een groot deel schijn is, weet ik nog niet precies in hoeverre tegen deze autoriteit is aan te schoppen. Ze fungeren dan ook voornamelijk als politie-agenten op de werk vloer. Zij zorgen er, met hun aanwezigheid en (schijn)autoriteit voor dat wij harder werken. Natuurlijk ga je ook niet over dezelfde onderwerpen praten wanneer een manager/politie, hoe laag zijn positie ook is in de hiërarchie, aanwezig is. Een discussie over de arbeidsomstandigheden op de werkvloer voer je onderling zonder nieuwsgierige managersoren. Hun baan is namelijk, natuurlijk, ook er voor zorgen dat de arbeiders niet te veel klagen en zo hard mogelijk hun werk verrichten zodat de onzichtbare kapitalist of kapitalisten zo veel mogelijk winst kunnen opstrijken. Dit is de hoofdtaak van de hoofdmanagers natuurlijk ook. Wanneer de teamleiders weer gewoon vakkenvullers worden genoemd en wij het vakkenvullen onder zelfbestuur zou komen zou dit ongetwijfeld lijden tot een fijnere werkomgeving voor ons maar ook voor een lagere winst voor de kapitalist(en). Wij zouden onszelf niet zo gek maken met targets en verplichtingen. De aanwezigheid en autoriteit van managers maakt de werkomgeving dan ook ondragelijk. Binnen de hiërarchie in de supermarkt is de teamleider dan ook de straatagent, de sub-manager is een soort hoofdagent, en de hoofdmanagers komen neer op de corpschefs.

Als jij ervaringen over werk in de supermarkt wil delen, dan kun je mij een e-mail sturen: h...@hadrianf.eu

Flattr this